Ze zat tegenover mij. Nerveus. Handen trillend.
"Twee jaar therapie," zei ze zacht, "en ik kan nog steeds niet zonder paniek de deur uit."
Die dag deden we iets anders. We praatten niet over haar angst. We vonden de exacte plek waar haar lichaam haar vasthield. Een koude, zware steen onder haar ribben.
Negentig minuten later was er iets anders.
Twee maanden later stuurde ze me een selfie. Van een bruisend, kleurrijk marktplein. Geen paniek meer. Alleen vrijheid. Alleen leven.